Theorie

Openbaar vervoer

Openbaar vervoer

Inleiding

Het openbaar vervoer speelt een essentiële rol in het Belgische wegverkeer. Dit hoofdstuk behandelt de specifieke regels betreffende treinen, trams en bussen, evenals hun interacties met andere weggebruikers.

Treinen en spoorwegovergangen

Een spoorvoertuig heeft belangrijke kenmerken:

  • Zeer lange remafstand: Een trein kan niet snel stoppen
  • Vast traject: Het is onmogelijk voor een trein om van zijn traject af te wijken
  • Grote massa: De gevolgen van een botsing zijn dramatisch

Signalisatie bij spoorwegovergangen

Signaal van spoorwegovergang met één spoor

  • Geplaatst direct bij de spoorwegovergang
  • Duidt de aanwezigheid aan van één spoorweg

Signaal van spoorwegovergang met meerdere sporen

  • Geplaatst direct bij de spoorwegovergang
  • Duidt de aanwezigheid aan van twee of meer spoorwegen

Waarschuwingssignaal zonder slagbomen

  • Geplaatst op 150 meter voor de spoorwegovergang
  • Waarschuwt dat er geen automatische slagbomen zijn

Waarschuwingssignaal met slagbomen

  • Geplaatst op 150 meter voor de spoorwegovergang
  • Duidt de aanwezigheid aan van automatische slagbomen

Wit maanlicht knipperend

  • Betekenis: Geen trein nadert
  • Actie: Doorgang toegestaan

Rode knipperlichten + geluidssignaal

  • Betekenis: Trein nadert
  • Actie: Absoluut verbod om de spoorwegovergang op te rijden
Belangrijk
Het oversteken van een spoorwegovergang terwijl de slagbomen in beweging zijn, vormt een zware overtreding die kan leiden tot de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs.

Bijzondere doorrijdbare terreinen (BDT)

Een bijzonder doorrijdbaar terrein is een zone gereserveerd voor voertuigen van het openbaar vervoer (trams en bussen).

Afbakening:

  • Witte doorlopende lijn: Bakent het bijzonder doorrijdbaar terrein af
  • Dambordmarkering: Duidt de verbindingszones tussen terreinen of het begin/einde van terreinen aan
  • Maakt geen deel uit van de rijbaan

Het is verboden met de auto:

  • Te rijden op het bijzonder doorrijdbaar terrein
  • Er te stoppen of te parkeren
  • Het te gebruiken in de laatste meters voor een kruispunt om zich te positioneren

Het is toegestaan om:

  • Over het BDT te rijden om een hindernis op de rijbaan te omzeilen
  • Het BDT over te steken in kruispunten
  • Het BDT over te steken om toegang te krijgen tot een eigendom of parking

BDT op autosnelwegen

Op bepaalde autosnelwegen is de vroegere pechstrook omgevormd tot een bijzonder doorrijdbaar terrein.

Specifieke signalisatie:

  • Doorlopende afbakeningslijn
  • Woord "BUS" regelmatig geschilderd op de rijbaan
  • Bord F18 dat de toegelaten voertuigen aanduidt

Toegelaten voertuigen:

  • Bussen van geregelde openbare vervoerdiensten
  • Taxi's (volgens aanvullend bord)
  • Interventievoertuigen (volgens aanvullend bord)

Snelheidsbeperkingen:

  • Specifieke snelheid op het BDT (vaak 50 km/u)
  • Normale snelheid op de andere rijstroken (120 km/u)

Trams

Wanneer de tramsporen zich op de rijbaan bevinden, waarschuwt een waarschuwingssignaal de bestuurders.

De tram heeft ALTIJD voorrang op alle andere weggebruikers.

De trambestuurder moet enkel respecteren:

  • De bevelen van bevoegde agenten
  • De verkeerslichten die voor hem bestemd zijn

Kruisen met trams:

  • Kruisen langs rechts verplicht
  • Voldoende veiligheidsafstand bewaren
  • Nooit tussen de sporen rijden indien mogelijk

Autobussen

Busstroken (F17)

sign
F17
  • Rijstrook uitsluitend gereserveerd voor autobussen
  • Afgebakend door een witte onderbroken lijn
  • Verkeer verboden voor andere voertuigen
  • Stoppen en parkeren verboden
  • Behalve andersluidende aanduiding op aanvullend bord

Toegestane uitzonderingen:

  • De busstrook gebruiken in de onmiddellijke nabijheid van een kruispunt om van richting te veranderen
  • Over de busstrook rijden om een hindernis op de rijbaan te omzeilen

Belangrijk onderscheid:

  • Witte onderbroken lijn = Busstrook (F17)
  • Witte doorlopende lijn = Bijzonder doorrijdbaar terrein

Bushaltes

  • Vaak nodig om de verplichting om rechts te rijden na te leven
  • Toegestaan voor het in- en uitstappen van passagiers of het laden/lossen van goederen
  • Verboden om er te wachten op de bus (beschouwd als parkeren)
  • Parkeren verboden op 15 meter aan weerszijden van de haltepaal
  • Behalve als de halte afgebakend is door specifieke wegmarkering

Voorrang van bussen

In de bebouwde kom: Verplichting om voorrang te verlenen aan een autobus die zijn halte verlaat zodra hij zijn linkerrichtingaanwijzer aanzet.

Uitzonderingen:

  • Schoolbussen of werknemersbussen hebben deze voorrang niet
  • Deze regel geldt alleen in de bebouwde kom

Buiten de bebouwde kom: Geen verplichting om voorrang te verlenen aan een bus die zijn halte verlaat.

Stroken gereserveerd voor de spitsuren

Bepaalde autosnelwegen hebben gereserveerde stroken die geactiveerd worden tijdens de spitsuren:

Variabele signalisatie:

  • Groene pijl: Strook open voor verkeer

  • Rood kruis: Strook gesloten, toegang verboden

  • Activering/deactivering volgens de verkeersomstandigheden

  • Laat toe de doorstroming tijdens de spitsuren te optimaliseren

  • Verplichte naleving van de variabele signalisatie

Algemene regels voor samenleven

  • Weggebruikers moeten extra voorzichtig zijn in de buurt van openbaar vervoer
  • Haltes en manoeuvres van bussen en trams anticiperen
  • De gereserveerde ruimtes respecteren
  • Nooit het traject van een tram doorkruisen
  • Voldoende ruimte laten bij het inhalen
  • Bijzonder waakzaam zijn bij haltes

Belangrijke punten

Treinen hebben een zeer lange remafstand en kunnen niet van hun traject afwijken

Spoorwegovergangen vereisen extreme waakzaamheid en absoluut respect voor de signalisatie

Bijzondere doorrijdbare terreinen zijn gereserveerd voor openbaar vervoer maar kunnen in bepaalde omstandigheden overgestoken worden

Trams hebben altijd voorrang op alle andere weggebruikers

Busstroken zijn afgebakend door onderbroken lijnen en mogen alleen in specifieke gevallen gebruikt worden

Bussen hebben voorrang om hun halte te verlaten in de bebouwde kom wanneer ze links knipperen

Het samenleven met openbaar vervoer vereist voorzichtigheid en respect voor de gereserveerde ruimtes


Dit hoofdstuk is essentieel voor een veilige en vlotte verkeersstroom in aanwezigheid van openbaar vervoer. Het niet naleven van deze regels kan leiden tot zware sancties en de veiligheid van alle weggebruikers in gevaar brengen.